"Liggende
figuren" door Eric Luermans.
"Beklemmende
tekeningen" door Illand Pietersma.
Dagblad van het Noorden, 31-03-2006
"Ongemakkelijk
en confronterend mensbeeld Ruud Pols" door Wim van der Beek.
Meppeler Courant, 17-06-2005
Liggende Figuren
Erik Luermans
De rol van de kijker naar de serie “Liggende Figuren” tekeningen die Ruud Pols tentoonstelt, is niet gemakkelijk en vanzelfsprekend. In een gerichte stijl en eenvoudige compositie wordt ons een heldere voorstelling gepresenteerd. De condities van de kijker worden echter door het voorgestelde op de proef gesteld. Een abstract gegeven zet in eerste instantie aan tot associatie en reflectie, een figuratieve voorstelling zoals hier, tot herkenning en identificatie. Maar wat doen we dan met de figuren, man of vrouw, naakt, eenzaam en kwetsbaar, die in zekere zin worden belaagd, bekeken en begluurd?
Toch is het raadzaam
deze primaire associaties en reacties even te laten rusten.
In zwart krijt worden de liggende figuren vastgelegd in een contour, vrijwel
zonder detaillering, de handen bedekken lichaam of hoofd. Soms liggen de
figuren op de grond, soms op een tafel of ziekenbed met wieltjes. De ruimte
is een kamer of een plek die door attributen wordt gekaderd. Van de toeschouwers
rondom de liggende figuren zijn de gezichten, de handen of voeten zichtbaar.
Ze zijn er wel maar ze doen niets om de sfeer te ontladen of het slachtoffer
bij te staan, integendeel zo lijkt het. Tenminste, het lijken slachtoffers,
maar waarvan?
In de gedachte van
Ruud Pols ontleedt de tekening de situatie. Hij zoekt de essentie en in
de essentie de onbeschermde schoonheid. Bewust worden hier geen herkenbare
individuen ten tonele gevoerd. De tekening pelt de lichamen af, ontdoet
ze van uiterlijkheden, van kledij, van haar en - zo lijkt het door de schetsmatige
techniek, ook van huid - zodat enkel de kern overblijft.
Dichterbij deze kern komen is voor ons – de toeschouwer in de voorstelling
– ondoenlijk en misschien zelfs onwenselijk. De tekenaar plaatst ons
op afstand, dwingt ons tot passiviteit zodat de kwetsbaarheid ten volle
aanwezig blijft.
Wanneer lig je? Het is een houding van het lichaam die ons uiterst kwetsbaar kan maken, zeker op het moment dat we er niet vrijwillig voor kiezen. We zijn bekend met het beeld van liggende mensen: op het strand in de zon, slapende kinderen in bed, patiënten op ziekenhuisbedden of lichamen verpakt in body bags. We kennen deze beelden maar al te goed door de persfotografie en de andere media. Ook in de etnografica treffen we deze stereotypen aan; de clichématige houdingen, de starende blikken, de lichamen ontdaan van hun zintuiglijkheid. Waarom zijn wij niet in staat goed te kijken naar deze kern zonder dat ons normbesef en kijkgedrag meteen met ons op de loop gaan en deze beelden kwalificeren en interpreteren? Is het onze angst voor het ongrijpbare, voor de kwetsbare kern?
De serie “Liggende
Figuren” gaat nadrukkelijk het gevecht aan met ons standpunt. Hoe
kijken we naar deze beelden, wat doen we ermee en wat betekenen ze voor
ons.
Natuurlijk laten deze tekeningen drama zien maar een andere drama dan de
eerste aanblik doet vermoeden.
Deze beelden blijven in ons geheugen hangen niet alleen vanwege de directe
connotatie van de voorstelling maar ook vanwege de nauwelijks te accepteren
achterkant ervan. En net als bij niets verhullende foto’s of televisiebeelden:
zappen is zinloos.
De verhulde kwetsbaarheid is echter niet iets waar we aan voorbij kunnen
en misschien wel mogen lopen. Pessoa, de Portugese dichter, schrijft * “(…)
want mij ontbreekt de goddelijke eenvoud van alleen maar buitenkant te zijn
(...)”. Deze paradoxale typering zou een leidraad mogen zijn bij het
kijken naar het werk van Ruud Pols. Met dit citaat in gedachte wordt het
gemakkelijker te bedenken dat er in deze tekeningen vooral een liefdevolle
aandacht wordt uitgebeeld voor een mooie werkelijkheid, zonder verhulling,
zonder verdedigingslinies.
* in: Gedichten Fernando Pessoa, Amsterdam, Uitgeverij De Arbeiderspers, z.j., vertaling August Willemsen
Beklemmende tekeningen
Illand Pietersma
Dagblad van het Noorden 31.03.2006
Zo klein is het
kabinet van de kunsthal nou ook weer niet. Maar de houtskooltekeningen van
Ruud Pols uit Kolderveen is het alsof de muren op je afkomen. Rechts hangen
meer dan mansgrote, indringende koppen. Links zie je levensgrote mensen
liggen in raadselachtige en vervreemdende situaties. En vanaf de achterwand
word je aangekeken door een enorme, sullige hond.
Met de serie Liggende figuren toont Pols ons mensen in zeer kwetsbare omstandigheden.
Wat er precies met ze aan de hand is, is niet meteen duidelijk. Sommigen
liggen op een brancard of gewoon op de grond. Je ziet handen en benen van
omstanders. Maar je bent er niet zeker van of zij willen helpen of juist
kwaad in de zin hebben. Zo ligt in De glimlach een man met een opengesneden
torso op een soort operatietafel. Twee handen trekken zijn mond in een lachende
grimas, als een geintje tijdens een serieuze ingreep.
Bizar oogt De trofee, waarin een ingezwachtelde figuur aan twee touwen hangt.
Alsof een reuzenspin een mens heeft ingesponnen om straks te verorberen.
Luguber is de liggende vrouwfiguur die verscheurd wordt door drie honden.
De tekening van de grote hond, achterin, heet Beschermengel. Maar het suffe
beest heeft net een dampende drol gedraaid. Daar hoef je geen hulp van te
verwachten.
De scènes hebben een sadistische ondertoon en geven je een ongemakkelijk
gevoel. Je zou wel afstand willen nemen. Maar daarvoor is de ruimte in de
bovenzaal te beperkt. Zo word je gedwongen om hulpeloos te blijven toekijken,
net zoals de meeste omstanders in de tekeningen en word je onderdeel van
deze beklemmende expositie.
terug
Ongemakkelijk en confronterend mensbeeld Ruud Pols
Wim van der Beek
Meppeler Courant 17.06.2005
Verontrustend. Ongemakkelijk. Confronterend. Huiveringwekkend. Onheilspellend. Deze predicaten passen ontegenzeggelijk op de recente tekeningen van Ruud Pols. Maar wie de aandacht al te sterk focust op de horrorachtige kant van zijn portretten en mensfiguren doet de kunstenaar tekort, want er is ook een andere, meer esoterische, introverte, in zichzelf gekeerde en zelfs mystieke kant die neigt naar transcendente ervaringen en naar een vergeestelijkte staat van totale onthechting.
Hoe de tekeningen van Ruud Pols ook ervaren worden en welke indruk ze ook achterlaten, één ding is zeker: ze laten niemand onberoerd of onbewogen. Het mensbeeld dat de kunstenaar schetst, heeft zoveel impact dat het onverschilligheid en schouder ophalen uitsluit. Dat vermogen om de toeschouwer in de ziel te raken heeft niet in de laatste plaats te maken met de referentiekaders die de kunstenaar hanteert en die hij zichtbaar maakt in de situaties waarin zijn mensfiguren verkeren en in de omgeving waarin ze bivakkeren. Ook de ongerijmde, mysterieuze en bij vlagen duistere handelingen die ze verrichten, dragen bij aan het mysterie dat de kunstenaar met zorg en toewijding cultiveert en het geheim dat hij in stand houdt.
Galerie Elferink
In de galerie van Hein Elferink in Staphorst zijn tekeningen te zien van
ingezwachtelde mensfiguren die in touwen hangen. Op de achtergrond hangen
kledingstukken aan haakjes. In ander werk zien we een man: liggend op de
grond en omgeven door voeten en onderbenen. Is hij dood of slaapt hij? De
kracht van deze en andere tekeningen is dat Pols nooit eenduidige uitspraken
doet over de “condition humaïne”. Hij laat in het midden
wat er precies aan de hand is en weigert zich uit te leveren aan een verhalende
aanpak.
In een andere tekening wordt de blik gefixeerd op het hoofd van een man
met gesloten ogen. Hij lijkt zich met beide handen uit het water te verheffen.
Het decor is duister en angstaanjagend. Allerlei associaties en ongerijmde
gedachtegangen dringen zich op. Staat hij op uit de doden? Is hij een geest?
De kunstenaar blijft de kijker bestoken met vragen die zich via de raadselachtige
sfeer in zijn werk opdringen. Wat voor morbide situatie ligt er ten grondslag
aan de tekening van de mensfiguur waarvan alleen een (en profil getekend)
hoofd en een hand oprijzen uit de bosgrond? Ook hier zijn de ogen gesloten
en de macabere hand trekt aan een koordje. Als gevolg daarvan wordt het
hoofd besproeid door vloeistof uit een douchekop. Het meest zwarte scenario
wijst in de richting van een relatie met gebeurtenissen in de vernietigingskampen
uit de Tweede wereldoorlog.
De Kaashal
In de Kaashal van de voormalige zuivelfabriek De Venen in Nijeveen ligt
de nadruk op portretten. In enkele gevallen gaat het om enorme uitvergrotingen
die de bezoekers als het ware overrompelen. Maar niet alleen de opgeblazen
formaten bepalen de impact van deze portretten. Even indrukwekkend is de
merkwaardige staat waarin de mensfiguren verkeren. De kijker wordt heen
en weer geslingerd tussen extreme emoties als angst, paniek en radeloosheid.
Maar ook onthechting, berusting, introspectie en zelfreflectie dienen zich
aan. Zelfs meditatieve momenten en de ervaring van een diepe en ongekende
rust zijn niet uitgesloten.
De mate waarin Pols erin slaagt de kijker te overtuigen van zijn integere
bedoelingen kan niet los gezien worden van zijn trefzekere tekenhand. Dat
hij ook voorzichtig een deur opent naar de schilderkunst maakt de kunstenaar
duidelijk met een serie werken op papier waarin het tekenen gepaard gaat
met de aquareltechniek. In deze gemengde technieken die een speciale plek
innemen in de galerie van Hein Elferink, is de toon lichter dan in de zwart-wit
tekeningen. Het kleurgebruik zorgt ervoor dat het gewicht van de “voorstelling”
als minder zwaar ervaren wordt, maar feitelijk zijn de taferelen niet minder
heftig. De toestand waarin de mensfiguren verkeren zijn vaak even verontrustend
als in de tekeningen. Het sombere mensbeeld wordt bepaald door mensen die
bijna letterlijk geplet of vermorzeld worden door amorfe, weke hersenmassa’s
of andere organen of ingewanden. De kunstenaar gaat op een weinig verhullende
wijze in op het fenomeen “brainwave”. De twee hersenhelften
vormen de input voor werken op papier waarin ijkpunten en verbindingslijnen
het bestaan van een zenuwcentrum suggereren. Het complexe web van een menselijk
brein wordt min of meer kleurrijk gevisualiseerd. Evenals in de tekeningen
manoeuvreert Pols ook hier voortdurend op de grens tussen de fysieke en
stoffelijke aspecten van het menselijk bestaan enerzijds en de immateriële
geestelijke facetten anderzijds.
terug